Wet- en regelgeving

De Algemene wet bestuursrecht (afgekort Awb) bevat de algemene regels voor de verhouding tussen de overheid en de individuele burgers, bedrijven en dergelijke. De wet regelt o.a. dat men bezwaar kan maken tegen een besluit. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb's) behelzen een aantal (geschreven en ongeschreven) beginselen om de gedragsregels van de overheid ten opzichte van de inwoner te regelen:

  • Legaliteitsbeginsel. Er is geen bevoegdheid zonder grondslag in (Grond)wet.
  • Zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb)
  • Motiveringsbeginsel (art. 3:46 Awb)
  • Rechtszekerheidsbeginsel. De overheid moet haar besluiten zó formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt.
  • Fair-play-beginsel (art. 2:4 Awb).
  • Verbod op détournement de procédure. Er mag geen lichtere procedure worden gevolgd om tot een besluit te komen, wanneer daarvoor een met meer waarborgen omklede procedure openstaat. (art. 3:3 Awb)
  • Specialiteitsbeginsel. Een bestuursorgaan mag alleen die belangen behartigen waarvoor de betrokken wet of regeling een grondslag biedt (art. 3:4 lid 1 Awb).
  • Evenredigheidsbeginsel. De overheid moet ervoor zorgen dat de lasten of nadelige gevolgen van een overheidsbesluit voor een burger niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit (art. 3:4 lid 2 Awb).
  • Materiële rechtszekerheidsbeginsel. Een burger die gedurende een ruime periode een bepaalde rechtspositie heeft opgebouwd, mag er in principe op vertrouwen dat deze rechtspositie kan worden voortgezet.
  • Gelijkheidsbeginsel > (art. 1 Grondwet).
  • Verbod van détournement de pouvoir. Een bestuursorgaan mag de hem geattribueerde of gedelegeerde bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheid is gegeven (art. 3:3 Awb).
  • Vertrouwensbeginsel. Ook wel beginsel van de opgewekte verwachting.

Wet open overheid (Woo) en geheimhouding

In de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is vastgelegd welke informatie de overheid openbaar moet maken en waarom andere informatie niet openbaar gemaakt mag worden. De Wob is op 1 mei 2022 vervangen door de Wet open overheid (Woo) >. Zowel de Wob als de Woo vinden hun oorsprong in artikel 110 van de Grondwet: “De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.” Met ‘de wet’ werd de Wob en wordt nu de Woo bedoeld.

De plicht tot actieve openbaarmaking

Nieuw in de Woo is de inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking, die geldt voor veel meer overheidsdocumenten dan vroeger. De gemeente moet proactief documenten openbaar maken die behorende tot de 11 informatiecategorieën: wet- en regelgeving, organisatiegegevens, raadsstukken, bestuursstukken, stukken van adviescolleges, convenanten, jaarplannen en -verslagen, Wob/Woo-verzoeken, onderzoeken, beschikkingen en klachten. Deze verplichting treedt alleen nog niet in werking. De komende jaren zal deze stapsgewijs worden ingevoerd als het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) operationeel is. Wel zal de gemeente Hoorn, net als veel andere gemeenten, hun werkwijzen alvast gaan inrichten zoals in de Woo is bedoeld. Dat wil zeggen dat veel eerder al documenten openbaar te vinden zijn via de website van de gemeente Hoorn. U moet dan denken aan gespreksverslagen van interne adviesorganen, aan interne memo’s en bespreeknotities, aan documentatie die geagendeerd wordt in informatieve raadssessies, etc. In de Woo is niet alleen een inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking opgenomen, maar ook een termijn waarbinnen dit moet gebeuren. Dat was anders onder de Wob, waar gemeenten meer ‘vrijheid’ hadden over wat wel en wat niet proactief gepubliceerd werd.

Passieve openbaarmaking

Naast de inspanningsverplichting over te gaan tot actieve openbaarmaking, blijft ook nog steeds de mogelijkheid om openbaarmaking van informatie te verzoeken. Geen Wob-verzoek meer, maar een Woo-verzoek. De Woo voegt een aantal nieuwe zogenoemde uitzonderingsgronden toe. De absolute en relatieve uitzonderingsgronden en hun toepassing blijven in grote lijnen gelijk (hoofdstuk 5 Woo):

  • Aan de absolute uitzonderingsgronden is er één toegevoegd, namelijk voor nationale identificatienummers van personen (artikel 5.1 lid 1 onder e Woo).
  • Er zijn twee nieuwe relatieve uitzonderingsgronden: (1) het belang van de bescherming van andere gegevens dan de concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens genoemd in artikel 5.1 lid 1 onder c (artikel 5.1 lid 2 onder f Woo) en (2) het belang van het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen (artikel 5.1 lid 2 onder i Woo).
  • Twee uitzonderingsgronden die onder de Wob alleen voor milieu-informatie golden, zijn algemene gronden geworden: (1) het belang van de bescherming van het milieu waarop de informatie betrekking heeft (art. 5.1 lid 2 onder g Woo) en (2) het belang van de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage (art. 5.1 lid 2 onder h Woo).
  • Een beroep op een relatieve uitzonderingsgrond moet uitdrukkelijk worden gemotiveerd (art. 5.1 lid 3 Woo).
  • Openbaarmaking kan tijdelijk achterwege blijven, indien het belang van de geadresseerde van de informatie om als eerste kennis te nemen van de informatie dit kennelijk vereist (artikel 5.1 lid 4 Woo).
  • De ‘restgrond’ van artikel 10 lid 2 onder g Wob zal terughoudender moeten worden toegepast (artikel 5.1 lid 5 Woo). Dit kan alleen nog in uitzonderlijke gevallen en niet meer in combinatie met andere uitzonderingsgronden.
  • Milieu-informatie over emissies in het milieu moet altijd openbaar worden gemaakt (artikel 5.1 lid 7 Woo).
  • In de Woo is uitgewerkt wat wel en niet onder ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ moet worden verstaan (artikel 5.2 lid 1 Woo). Hierbij geldt dat persoonlijke beleidsopvattingen geanonimiseerd openbaar moeten worden gemaakt als het gaat om documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming, tenzij het kunnen voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad (art. 5.2 lid 3 Woo).
  • Bij een verzoek om informatie die ouder is dan 5 jaar zal het bestuursorgaan, als het de openbaarmaking ervan wil weigeren vanwege een relatieve uitzonderingsgrond of omdat sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen, moeten motiveren waarom dat ondanks het tijdsverloop nodig is (artikel 5.3 Woo).
  • De Woo kent een bijzondere bepaling over het verstrekken van informatie die de verzoeker zelf betreft (artikel 5.5 Woo).
  • De Woo bevat de bevoegdheid voor bestuursorganen om wegens klemmende redenen aan verzoeker informatie te verstrekken die op grond van artikel 5.1 en 5.2 niet voor eenieder openbaar gemaakt kan worden (artikel 5.6 Woo).
  • Tot slot biedt de Woo de mogelijkheid voor bestuursorganen om toegang te verlenen tot niet-openbare informatie ten behoeve van historisch, statistisch, wetenschappelijk of journalistiek onderzoek (artikel 5.7 Woo).

Geheimhouding

Alleen als er sprake is van een uitzonderingsgrond kan er geheimhouding op de informatie worden opgelegd door een bestuursorgaan. Als het bestuursorgaan geheimhouding oplegt, zijn degenen die kennisnemen van de informatie (dus bijvoorbeeld college-, commissie- en raadsleden en anderen die bij de vergadering aanwezig zijn) wettelijk daaraan gebonden. In alle gevallen wordt u hier via duidelijke communicatie (zoals in grote letters ‘geheim’ op de betreffende informatie) op gewezen. Ook wordt u er in de commissie- en raadsvergaderingen duidelijk op geattendeerd welke informatie om welke reden geheim is verklaard. Schending van geheimhouding kan bestraft worden (Wetboek van Strafrecht, artikel 272). Behandeling in openbaarheid van documenten met geheime bijlage(n) is vrijwel altijd mogelijk, dit wordt door de griffie op een zo goed mogelijke wijze georganiseerd. Bijvoorbeeld door te werken met ter inzagelegging of digitale ‘slotjes’ in iBabs.

Indien hoofdstuk 5 Woo van toepassing is, kan het college op grond van artikel 55 van de gemeentewet geheimhouding op de stukken en beraadslaging leggen. Hierbij is het vrijwel altijd mogelijk de geheime onderdelen van het voorstel en besluit (bijvoorbeeld financiële of persoonsgegevens) in één of meer aparte geheime bijlage(n) op te nemen. Door de geheime informatie op te nemen in een aparte bijlage, kan de behandeling en besluitvorming toch in de openbaarheid plaatsvinden. In de vergaderstukken wordt duidelijk aangegeven wat de reden is voor geheimhouding en tot wanneer de geheimhouding geldt. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van opgelegde geheimhouding op een bijlage met financiële gegevens, omdat er nog moet worden aanbesteed. De geheimhouding zal dan gelden totdat de aanbesteding is afgerond. Wil de commissie of de raad toch over de informatie in de geheime bijlage(n) spreken dan worden alsnog de deuren gesloten. Dit komt echter zelden voor, omdat commissie en raad er zeer aan hechten zoveel mogelijk in openbaarheid te behandelen. In de praktijk is dus vrijwel nooit sprake van behandeling van dossiers achter gesloten deuren.

Bekrachtiging van geheimhouding door gemeenteraad

Op grond van artikel 25 lid 3 van de gemeentewet dient de raad de door het college opgelegde geheimhouding te bekrachtigen in de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad. Daarom maakt de bekrachtiging van de geheime informatie (die dus veelal in een geheime bijlage staat) deel uit van het te nemen raadsbesluit. De raad kan ook besluiten om de geheimhouding niet te bekrachtigen. Dan wordt de informatie automatisch openbaar. Er is momenteel een wetswijziging in behandeling om de procedure voor de geheimhouding (die erg complex en ouderwets is) te vereenvoudigen. Zo gauw deze wetswijziging door het Parlement is goedgekeurd, zal het RvO worden aangepast.

Vragen over de geheimhouding?

Neem contact op met Menno Horjus of Jan Hoek

Digitale toegankelijkheid

Alle documenten op de website moeten ook digitaal toegankelijk zijn. Dat betekent dat zij door voorleessoftware te lezen moeten zijn en dat gebruikers door de hoofdstukken moeten kunnen navigeren. Dat vraagt om een correcte opbouw in Word en een correcte opslag in pdf. Dat is op een iBabs nooit voor alle stukken haalbaar. Handgeschreven brieven van inwoners die we inscannen en bij de ingekomen stukken plaatsen, zullen bijvoorbeeld nooit digitaal toegankelijk zijn. We streven ernaar zoveel mogelijk (automatisch) digitaal toegankelijk te maken. Dat wat niet toegankelijk te maken is, kunnen we dan op verzoek overtypen of telefonisch voorlezen. Sinds 1 juli 2018 is het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid van kracht. De reden voor het woord tijdelijk in de naam is dat de grondslag uiteindelijk wordt geleverd door de toekomstige Wet digitale overheid. De aandacht voor digitale toegankelijkheid groeit. Met digitale toegankelijkheid wordt de toegankelijkheid bedoeld van websites, apps en andere digitale dienstverlening. Het streven daarbij is dat deze voorzieningen door zoveel mogelijk mensen gebruikt kunnen worden, ongeacht beperking of taalachterstand. Voor overheidsinstanties is digitale toegankelijkheid verplicht. Er bestaan Europese standaarden die aan de basis liggen voor de vereisten voor overheden. Enkele vereisten zijn:

  • Voldoende contrast in kleurgebruik.
  • Ondertiteling beschikbaar bij video’s (live video’s uitgezonderd).
  • Toegankelijk taalgebruik.
  • Navigatiemogelijkheden via het toetsenbord.
  • Tekstueel alternatief bij afbeeldingen (voor voorleessoftware).
  • Correcte HTML-codering en opbouw van pagina’s.

Meer informatie