Besturingsfilosofie

Gemeente Hoorn

Inhoud

Voorwoord

1. Democratie: de gemeente bestuurt de gemeente

2. Het bestuurlijke hoofdproces

3. Netwerksturing

4. Rollen en verantwoordelijkheden

Voorwoord

Besturingsfilosofie Gemeente Hoorn

Ontwikkeling vraagt ontwikkeling

Hoorn is in ontwikkeling, op allerlei fronten. Tegelijk wordt de omgeving waarin wij opereren steeds complexer en dynamischer. Veel uitdagingen op ons pad dus. Ons steeds bewegende takenpakket, onze hoge ambities en de grote omgevingsdynamiek, met allerlei verwachtingen vereisen een volgende fase van professionaliseren in onze organisatie, in dit geval bij de besturing van de organisatie. Denk hierbij aan: het meer expliciet maken van doelen en gewenste resultaten, wat en wie we daarvoor nodig en beschikbaar hebben en hoe we daarbij willen werken. De ontwikkelingen ‘buiten’ vragen om ontwikkeling ‘binnen’. Daar gaan we als bestuur en organisatie de komende jaren op inzetten.

Bestuur en organisatie

In dit document gaat het om de volgende processen:

Externe oriëntatie
Het voortdurend zicht houden op wat er in de wereld, ons land, onze regio en onze gemeente gebeurt, zowel vanuit het bestuurlijke als vanuit het professioneel-ambtelijke perspectief …
Bestuurlijke advisering
… om dit vervolgens te vertalen naar handelingsopties (beleid) en de advisering hierover vanuit de organisatie aan het college en aan de gemeenteraad …
Analyseren en programmeren Organiseren en sturen Verantwoorden en leren
… en na besluitvorming het organiseren van de uitvoering en het volgen van en rapporteren over de voortgang.

In het bijzonder richt het document zich op de relatie tussen het college, als dagelijks bestuur, en de gemeentelijke organisatie. Het beschrijft de Besturingsfilosofie van de Gemeente Hoorn: op welke wijze wordt de gemeentelijke organisatie bestuurd? Wat is daarbij de rolverdeling tussen college, wethouders, directie, management en medewerkers? Met deze beschrijving van de Besturingsfilosofie Gemeente Hoorn beogen we voor de besturingsprocessen bij te dragen aan de gewenste en benodigde ontwikkeling en professionalisering van ons bestuur en organisatie.

Namens het college,

Jan Nieuwenburg

burgemeester

Namens de directie,

Peter Entius

gemeentesecretaris/ algemeen directeur

1. Democratie: de gemeente bestuurt de gemeente

Van politieke programma’s en verkiezingen...

Iedere vier jaar kunnen de stemgerechtigde inwoners van Hoorn stemmen op kandidaten voor de gemeenteraad. De deelnemers aan de verkiezingen hebben in een verkiezingsprogramma of in een andere vorm hun standpunten over diverse onderwerpen kenbaar gemaakt. Zo weten de kiezers waar de betreffende partij / deelnemer aan de verkiezingen voor staat en in de komende bestuursperiode voor wil gaan.

…naar de samenstelling van de gemeenteraad en de coalitie, met een Coalitieakkoord…

Het aantal verkregen stemmen bepaalt de samenstelling van de gemeenteraad in de opvolgende bestuursperiode. Om tot een stabiele, bestuurlijke koers voor deze bestuursperiode te kunnen komen, wordt vervolgens gezocht naar een coalitie met een meerderheid in de gemeenteraad. De inhoudelijke overeenstemming tussen de partijen in deze coalitie over de bestuurlijke koers wordt vastgelegd in een Coalitieakkoord1.

…en een dagelijks bestuur, met een uitgewerkt College Uitvoeringsprogramma

Vanuit de coalitie worden wethouders afgevaardigd om zitting te nemen in het college van burgemeester en wethouders (verder: het college). Het college vertaalt het Coalitieakkoord, samen met de gemeentelijke organisatie, naar het College Uitvoeringsprogramma (CUP). Dit is het leidende koersdocument voor de gemeentelijke organisatie bij het, onder verantwoordelijkheid van het college, werken aan de doelstellingen in het Coalitieakkoord. Het College Uitvoeringsprogramma wordt na vaststelling door directie en college (meerjarig) verwerkt in de gemeentelijke begroting. Met de besluitvorming hierover in de gemeenteraad is het CUP ook ‘democratisch gelegitimeerd’.

Verdeling van schaarse middelen

Het College Uitvoeringsprogramma vormt een belangrijke bron voor de besturing van de gemeentelijke organisatie. Niet álle activiteiten van de gemeentelijke organisatie zullen een directe relatie met het CUP hebben, zoals (beleidsarme) uitvoerende (wettelijke) taken en bedrijfsvoering. Bovendien loopt de uitvoering van diverse politiek-bestuurlijke besluiten uit voorgaande bestuursperiodes door. De gemeente heeft per definitie te maken met schaarse capaciteit en f inanciële middelen. Deze zullen moeten worden verdeeld over het totale pakket aan activiteiten van de Gemeente. Hier zal bij het opstellen van het College Uitvoeringsprogramma nadrukkelijk rekening mee worden gehouden. Eventueel zijn aanvullende middelen (met bijbehorende dekking) benodigd. De gemeenteraad kan hiertoe besluiten bij de behandeling van de begroting, waarin het CUP is verwerkt. Als in alle benodigde randvoorwaarden kan vastgesteld. Het is dan realistisch en uitvoerbaar. worden voorzien, kan het College Uitvoeringsprogramma definitief worden Tegelijk is de realiteit van de gemeentelijke uitvoering niet volledig in een planning te vangen. Voortdurend zijn er nieuwe wensen, ideeën, opgaven en taken vanuit o.a. de samenleving, het gemeentebestuur, samenwerkingspartners, de landelijke overheid of de eigen organisatie. Het hierbij zo slim en effectief mogelijk inzetten van de schaarse capaciteit en financiële middelen vraagt veel lenigheid en enige ambtelijke speelruimte. Met die beweeglijkheid komen uiteindelijk de meeste en beste resultaten tot stand.

Via deze stappen bepaalt de gekozen vertegenwoordiging van de gemeente dus waar de Gemeente op gaat inzetten: de gemeente bestuurt de Gemeente.

1.1 De 2-onder-1 kap

Er is sprake van een driehoeksrelatie tussen het gemeentebestuur, de gemeentelijke organisatie en de Hoornse samenleving. Gemeentebestuur en gemeentelijke organisatie zijn beiden gericht op de Hoornse samenleving; op de maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven. De gemeentelijke organisatie is daarnaast gericht op het gemeentebestuur als haar opdrachtgever. Als metafoor hanteren we de ‘2-onder-1 kap woning’, met daarbinnen de verschillende relaties (zie figuur).

1.1.1 Gemeentebestuur <> Hoornse samenleving

Er is sprake van een driehoeksrelatie tussen het gemeentebestuur, de gemeentelijke organisatie en de Hoornse samenleving. Gemeentebestuur en gemeentelijke organisatie zijn beiden gericht op de Hoornse samenleving; op de maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven. De gemeentelijke organisatie is daarnaast gericht op het gemeentebestuur als haar opdrachtgever. Als metafoor hanteren we de ‘2-onder-1 kap woning’, met daarbinnen de verschillende relaties (zie figuur).

1.1.2 Gemeentelijke organisatie <> Hoornse samenleving

In de relatie tussen de gemeentelijke organisatie en de Hoornse samenleving gaat het enerzijds (van binnen naar buiten) om de uitvoering van onze publieke dienstverlening. Anderzijds (van buiten naar binnen) gaat het om het signaleren van ontwikkelingen in de samenleving en het identificeren van nieuwe opgaven.

1.1.3 Gemeentebestuur <> Gemeentelijke organisatie

De gemeentelijke organisatie is adviseur van het gemeentebestuur. Het beleidsadvies is gebaseerd op expertise over het betreffende onderwerp, toegepast op de specifieke ontwikkelingen en opgaven in de Hoornse samenleving. Om het gemeentebestuur zo goed mogelijk te kunnen adviseren:

  • staat de gemeentelijke organisatie in verbinding met de Hoornse samenleving, andere overheden en met kennisnetwerken om zo ontwikkelingen en opgaven te kunnen signaleren en definiëren (de organisatie is omgevingsbewust en deskundig);
  • betrekt de gemeentelijke organisatie alle relevante aspecten over het betreffende onderwerp in de advisering (de organisatie werkt integraal en proactief);
  • benoemt de gemeentelijke organisatie in de advisering de politieke en/of bestuurlijke context die van toepassing is op het onderwerp, zoals gemaakte afspraken in het Coalitieakkoord of het standpunt van de verantwoordelijk wethouder, zonder dat dit per sé leidend is voor de professionele advisering (de organisatie is sensitief en neutraal).

Het gemeentebestuur is gebaat bij goede advisering. Het nodigt daarom uit tot bovenstaande en betrekt het advies van de gemeentelijke organisatie in de oordeels- en besluitvorming. Na besluitvorming voert de gemeentelijke organisatie het genomen besluit, binnen wettelijke kaders, uit (de organisatie is loyaal en handelt rechtmatig). Bovenstaande sluit aan bij de tekst uit de ambtseed of -belofte, die iedere medewerker van de Gemeente Hoorn aflegt:

2. Het bestuurlijk hoofdproces

Een belangrijk deel van de werkzaamheden van de gemeentelijke organisatie wordt dus bepaald door het College Uitvoeringsprogramma, het CUP. Het college is verantwoordelijk voor realisatie van het CUP. Deze 4-jaarlijkse bestuurlijke cyclus wordt door de gemeentelijke organisatie ondersteund met het “Bestuurlijk Hoofdproces”. Dit verloopt als volgt:

2.1 Externe oriëntatie

2.1.1 Voor de verkiezingen

Deze stap vindt plaats in het jaar voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen. De gemeentelijke organisatie voert met relevante netwerkpartners een strategische omgevingsanalyse uit en brengt hiermee de ontwikkelingen voor onze gemeente in beeld. De uitkomsten worden -beleidsneutraal- beschikbaar gesteld aan de deelnemers aan de gemeenteraadsverkiezingen. Zo kunnen zij op deze ontwikkelingen en opgaven hun politieke positie bepalen en deze desgewenst in hun verkiezingsprogramma opnemen. In deze fase vindt nadrukkelijk geen ambtelijke advisering plaats (neutraliteit).

2.1.2 Na de verkiezingen (formatieproces)

Gedurende het formatieproces voor de nieuwe coalitie is de gemeentelijke organisatie beschikbaar voor nadere toelichting op de omgevingsanalyse, voor doorrekening van plannen en ter ondersteuning van het schrijven van de teksten van het Coalitieakkoord.

2.2 Analyseren en programmeren

Deze stap vindt plaats, zodra het Coalitieakkoord en het nieuwe college is gepresenteerd. Directie en management analyseren, samen met het college, het Coalitieakkoord. Het gaat hierbij vooral om het doorgronden en begrijpen van de bedoeling en betekenis van het Coalitieakkoord. Vanuit dit gedeelde beeld gaat de gemeentelijke organisatie aan de slag met de operationele vertaling van het Coalitieakkoord. Dit krijgt vorm in het ‘College Uitvoeringsprogramma (CUP)’. Hierbij wordt het zogenaamde OGSM-model gehanteerd:

O
Objective
Hogere doel, de ambitie
Wat willen we bereiken? De tekst hiervoor wordt zoveel mogelijk letterlijk overgenomen uit het Coalitieakkoord.
G
Goals
Specifieke. meetbare doelen
Hoe maken we dat meetbaar? Het hogere doel uitgewerkt in meetbare (tijdgebonden) resultaten.
S
Strategy
De strategie, de oplossingsrichting
Hoe willen we dat bereiken? Hier geven we aan: bovenstaande willen we bereiken, door ...
M
Measures & Means
Activiteiten en middelen
Wat gaan we daarvoor doen? En wat en wie hebben we daarbij nodig? Hier omschrijven we de activiteiten en de randvoorwaarden.

2.2.1 Integrale uitwerking

Voor zover het Coalitieakkoord hierin zelf nog niet voorziet, wordt door college en directie een organisatorisch logische ‘clustering’ aangebracht bij de onderwerpen uit het Coalitieakkoord. Het uitgangspunt hierbij is, dat met deze clustering het beste resultaat kan worden bereikt met een optimale inzet van middelen. Vervolgens worden door de directie per cluster de betrokken managers, strategen en P&C-adviseurs voor de OGSM-uitwerking aangewezen. Hierdoor vindt deze uitwerking vanaf het begin integraal plaats. Dit draagt bij aan de samenwerking bij de uitvoering in het verdere proces. De uitwerking van het Coalitieakkoord in de samenhangende clusters wordt, zo nodig meermaals, getoetst bij het college. Desgewenst kan ook een toetsing met de gemeenteraad onderdeel uitmaken van het proces. Binnen het college wordt afgesproken hoe de clustering van het College Uitvoeringsprogramma zich verhoudt tot de portefeuilleverdeling. Dit wordt vervolgens aan de gemeentelijke organisatie kenbaar gemaakt en betrokken bij de sturing en afstemming.

2.2.2 Contractering

Belangrijk onderdeel bij de uitwerking van het Coalitieakkoord zijn de benodigde randvoorwaarden: capaciteit, financiële middelen en samenwerkingsverbanden. Hoe verhoudt het Coalitieakkoord zich tot al lopende activiteiten? En tot het regionale projectenportfolio? Worden er activiteiten stopgezet om capaciteit en geld vrij te spelen? Of zijn er aanvullende middelen nodig en daarvoor dekkingsopties benoemd? Zodra de nieuwe activiteiten, doorlopende activiteiten en de benodigde randvoorwaarden in balans zijn, kan het College Uitvoeringsprogramma door de directie en door het college worden vastgesteld. Het college geeft daarmee aan, dat de gemeentelijke organisatie het Coalitieakkoord juist heeft vertaald naar de uitvoering. De directie geeft daarmee aan, dat het College Uitvoeringsprogramma met de beschikbaar gestelde middelen kan worden uitgevoerd. Deze stap kan worden beschouwd als ‘contractering’ tussen bestuur en organisatie.

Bij de eerstvolgende begroting kan het CUP hierin als meerjarig programma worden verwerkt. De onderdelen uit de OGSM sluiten naadloos aan op de kopjes in de begroting: Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten? Bij de opvolgende begrotingen, kadernota’s en jaarrekeningen in de bestuursperiode kan het accent meer liggen op de voortgang en eventuele bijstelling. Zo ontstaat een robuuste bestuurlijke koers, een haalbare aanpak en resultaatgerichte uitvoering. Binnen de organisatie wordt het verder vertaald naar de uitvoering in:

  • werkplannen per domein en per team (de cyclusperiode wordt vastgesteld in het domein-MT).
  • portfolio’s, waarbinnen de prioritering en planning zijn bepaald voor:

○ programma’s en projecten (door college en directie) ○ bedrijfsvoering en organisatieontwikkeling (door de directie)

Hercontractering en ambtelijke ruimte

De gemeente functioneert in een dynamische omgeving. Nieuwe of gewijzigde wetgeving, nieuwe opgaven of ambities kunnen leiden tot aanpassingen in het takenpakket. Bij wijzigingen van het takenpakket wordt de impact op het College Uitvoeringsprogramma beoordeeld en vindt zonodig hercontractering plaats.

Bovenstaande is het ‘planning’-deel van de Besturingscyclus (voor het ‘control’-deel, zie punt 4).

2.3 Organiseren en sturen

Op de realisatie van bovengenoemde planning vindt door college, wethouders, directie, directeuren en managers sturing plaats. Binnen Gemeente Hoorn kennen we (naast de college- en directievergadering) twee sturingslijnen:

  1. via de domeinen (‘de lijn’), per onderwerp, in de TO’s.
  2. programma- of projectsturing via de ‘sturingsdriehoek’.

2.3.1 Thematisch overleg (TO)

Voor sturing op de onderwerpen binnen de domeinen is een vaste overlegstructuur ingericht: de Thematische Overleggen, afgekort: de TO’s. Voor ieder domein (Maatschappelijke Ontwikkeling, Stedelijke Ontwikkeling & Beheer en Bedrijfsvoering & Dienstverlening) is een TO. Om tot een zo integraal mogelijke afstemming, bestuurlijk én ambtelijk, te komen, staan in de TO’s de onderwerpen centraal. Het onderwerp bepaalt welke bestuurders en welke ambtenaren voor de afstemming benodigd/gewenst zijn en deze worden allen uitgenodigd voor het betreffende onderwerp. Dit ondersteunt het principe van collegiaal bestuur. Het TO is bedoeld voor beeld- en oordeelsvorming (besluitvorming vindt plaats in het college). De domeindirecteur is voorzitter van het TO. De domeindirecteur is ook lid van de directie en voorzitter van het Managementteam en Ambtelijk Overleg (AO) van het domein (het AO kan binnen de domeinen enigszins qua vorm en benaming verschillen). Zo kan de domeindirecteur de verbinding maken en bewaken tussen de bestuurlijke en ambtelijke perspectieven op het betreffende onderwerp en met andere onderwerpen vanuit het gemeentebrede beeld. De domeindirecteur is verantwoordelijk voor agendering en voorbereiding van het TO.

De samenstelling van de deelnemers aan het TO wisselt per bespreekpunt. Om dit vergader-technisch efficiënt te laten verlopen, vinden de TO’s digitaal plaats in MS Teams.

Portefeuillehouderoverleg (PO)

In bepaalde gevallen is er bij de portefeuillehouder behoefte aan kwalitatieve verdieping op onderwerpen binnen de portefeuille of aan een overleg voor voortgangsbewaking van lopende zaken. Het TO biedt hiervoor niet altijd de ruimte of is hiervoor niet geschikt. In dat geval kan een separaat PO worden georganiseerd. Bij dit overleg is naast de behandelend ambtenaar ook de teammanager en/of de domeindirecteur aanwezig, zodat eventuele vragen met een organisatorische consequentie adequaat kunnen worden opgepakt. Een PO komt niet in de plaats van het TO: collegiale afstemming en voorbereiding van besluitvorming het college vindt altijd in het TO plaats.

2.3.2 Programma- of projectsturing

Activiteiten, die een tijdelijk karakter kennen en/of niet in de staande organisatie kunnen worden belegd, kunnen als programma of project worden georganiseerd. Programma’s en projecten hebben een Bestuurlijk Opdrachtgever (BOG), een Ambtelijk Opdrachtgever (AOG) en een opdrachtnemer: de Programma- of Projectmanager. Samen vormen zij de ‘sturingsdriehoek’. Sturing vindt plaats aan de hand van de Programma- of Projectopdracht. Voor afstemming binnen de sturingsdriehoek worden per programma of project afspraken gemaakt. Opdrachten voor programma’s en projecten worden vastgesteld door de directie (opname in het portfolio) en het college (bestuurlijke prioritering).

2.3.3 Stuurgroep

De verschillende afstemmingsmomenten vormen een samenhangende overlegstructuur. De directeuren vormen als voorzitter de verbindende schakels (zie schema hieronder).

2.3.5 Besluitvorming

Bovenstaande overleggen zijn met name bedoeld voor de voorbereiding van besluitvorming, zonodig door de gemeenteraad. Besluitvorming vindt uitsluitend plaats in de collegevergadering (bestuurlijke besluiten) of in de directievergadering (bedrijfsvoering).

2.4 Verantwoorden en leren

Over de onderdelen in de planning, zoals verwoord bij punt 2, vindt verantwoording plaats in de cyclusdocumenten: de Begroting, de Jaarrekening, de Kadernota en de Najaarsbijstelling.

Voortgangsbewaking vindt plaats aan de hand van Managementrapportages. Deze worden periodiek besproken in de Managementteams van de domeinen en in de Directie. College en Directie hebben gedurende het jaar meerdere gezamenlijke sessies, waarin de voortgang wordt bewaakt en de verantwoording aan de raad wordt voorbereid. De Managementrapportages (Marap) zijn hierbij het sturingsdocument voor management en directie. De teksten uit de Marap’s worden zo geformuleerd, dat ze direct bruikbaar zijn voor de Kadernota, Najaarsbijstelling en Jaarstukken.

We tonen ons een ‘lerende organisatie’ door in deze cyclus, zowel beleidsinhoudelijk als procesmatig, continu verbeterpunten te identificeren en de implementatie hiervan te borgen. Hiernaast is de bestuurlijke cyclus samenhangend schematisch weergegeven.

3. Netwerksturing

Het theoretische uitgangspunt in dit document is ‘enkelvoudige’ besturing langs heldere lijnen: het college bestuurt de organisatie, het management bestuurt de uitvoering van de activiteiten. In de dagelijkse realiteit zijn er allerlei invloeden op deze besturingslijnen.

3.1 Samenwerking

Zo is er voor verschillende taken een samenwerkingsverband benodigd om de doelstellingen te kunnen bereiken. Deelnemers aan het samenwerkingsverband hebben over het algemeen allen een aandeel in de besturing. Denk hierbij aan stuurgroepen en de algemeen en dagelijks besturen van gemeenschappelijke regelingen. Om tot concrete resultaten in de samenwerking te komen en hieraan een waardevolle bijdrage te kunnen leveren, hanteren we een aantal spelregels voor de samenwerkingsverbanden, waar we aan deelnemen:

  • De opgave is leidend voor de schaal waarop, en het samenwerkingsverband waarin we samenwerken.
  • Het belang en de mogelijke inbreng bepaalt het Hoornse aandeel en de rol in de samenwerking.
  • De doelen van en de inbreng van ons en de andere partners in de samenwerking worden vooraf specifiek benoemd.
  • Bij de uitvoering van wettelijke taken in een gemeenschappelijke regeling stelt een lid van het college zich beschikbaar voor een rol in het Dagelijks Bestuur.

Bovenstaande aspecten worden per geval concreet uitgewerkt en betrokken in de besluitvorming óf, en in welke samenwerkingsverbanden we deelnemen. De inzet op regionale projecten/activiteiten wordt (vanuit het regionale projectenportfolio) betrokken bij het opstellen en realiseren van het CUP. Bij nieuwe ambities/taken, die samenwerking vereisen, vindt hercontractering plaats zoals hierboven omschreven in het bestuurlijk hoofdproces.

3.1 Samenwerking

De gemeente bestuurt de Gemeente, zo begon dit document. Het gemeentebestuur vertegenwoordigt de inwoners. Hoewel het Coalitieakkoord daarbij leidend is voor de uitwerking van de maatschappelijke opgaven, betrekken de gemeentelijke organisatie en het gemeentebestuur inwoners en ondernemers, in uiteenlopende participatieniveaus en -vormen, bij de ontwikkeling, actualisatie en/of uitvoering van beleid. De momenten en wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven, zijn uitgewerkt in regels en beleid.

4. Rollen en verantwoordelijkheden

In dit laatste deel van de Besturingsfilosofie beschrijven we de verschillende rollen en de bijbehorende verantwoordelijkheden bij de besturing van Gemeente Hoorn. Bij de beschrijvingen hieronder wordt het begrip ‘sturing’ gehanteerd. Hiermee wordt het volgende bedoeld:

  • het duiden van de bestuurlijke bedoeling van het betreffende beleidskader aan de gemeentelijke organisatie.
  • het maken van keuzes, binnen de beleidskaders of de programma-/ projectopdracht van het betreffende onderwerp, over uitvoeringsvraagstukken, die door de gemeentelijke organisatie worden voorgelegd.
  • het bewaken van de voortgang van de realisatie van de beleidsdoelen en van de financiële kaders.
  • het opdracht (kunnen) geven tot de uitwerking van voorstellen aan het college voor de aanpassing of ontwikkeling van nieuw beleid op het betreffende beleidsonderwerp.
  • het bewaken van de rolverdeling tussen de uitvoerenden, het management en de portefeuillehouder.

4.1 College van burgemeester en wethouders

Het college is het dagelijks bestuur van Gemeente Hoorn. Het is bestuurlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele takenpakket van Gemeente Hoorn. Het college is ook verantwoordelijk voor de voorbereiding van en advisering over onderwerpen, waarover besluitvorming door de gemeenteraad moet plaatsvinden. En voor de verantwoording en actieve informatievoorziening aan de gemeenteraad over de uitvoering daarvan. Besluiten over aanpassing van beleid/programma’s/projecten of ontwikkeling van nieuw beleid worden genomen in het college (op basis van een voorstel van een portefeuillehouder, zie ‘wethouder’), voor zover dit valt binnen de bevoegdheid van het college.

4.2 Burgemeester

De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad en van het college. De burgemeester is, samen met de gemeentesecretaris en de griffier, verantwoordelijk voor het goed functioneren van de bestuurlijke processen (leidend tot besluitvorming door college en/of gemeenteraad). De burgemeester is daarnaast een zelfstandig bestuursorgaan met eigen wettelijke taken en bevoegdheden op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid, Crisisbeheersing en Bijzondere wetten. De sturing hierop vindt in een directe lijn plaats (buiten de bovengenoemde overlegstructuur). Voor eventuele overige portefeuilles van de burgemeester geldt de tekst bij ‘wethouder’.

4.3 Wethouder

De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad en van het college. De burgemeester is, samen met de gemeentesecretaris en de griffier, verantwoordelijk voor het goed functioneren van de bestuurlijke processen (leidend tot besluitvorming door college en/of gemeenteraad). De burgemeester is daarnaast een zelfstandig bestuursorgaan met eigen wettelijke taken en bevoegdheden op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid, Crisisbeheersing en Bijzondere wetten. De sturing hierop vindt in een directe lijn plaats (buiten de bovengenoemde overlegstructuur). Voor eventuele overige portefeuilles van de burgemeester geldt de tekst bij ‘wethouder’.

4.4 Bestuurlijk opdrachtgever

Voor programma’s en projecten wordt vanuit het college een lid als Bestuurlijk Opdrachtgever (BOG) aangewezen. De BOG maakt onderdeel uit van de ‘sturingsdriehoek’ van het programma of het project, verder bestaande uit de Ambtelijk Opdrachtgever en de Programma- of Projectmanager. De BOG geeft in de sturingsdriehoek, op basis van de in het college vastgestelde opdracht, vanuit bestuurlijk perspectief verdere sturing op de realisatie van de doelstellingen.

De BOG is ook de externe vertegenwoordiger namens het college. De BOG signaleert raakvlakken met de verschillende inhoudelijke portefeuilles en zorgt, samen met de andere leden van de sturingsdriehoek, voor tijdige afstemming met de betreffende portefeuillehouders. Deze afstemming vindt plaats in één van de TO’s.

4.5 Directie

De directie is verantwoordelijk voor het functioneren van de organisatie als geheel. De directie stelt hiertoe 5-jaarlijks een programma voor organisatieontwikkeling vast. Het college en de raad worden hierover geïnformeerd, bij aanvang en over de voortgang. De directie is verantwoordelijk voor de samenhang in de werkzaamheden, die domeinoverstijgend zijn. De directie zorgt in deze gevallen, in afstemming met de bestuurlijk verantwoordelijken, voor een duidelijke koers. Zonodig kan gebruik worden gemaakt van een programma of project als organisatievorm. De directie bepaalt in welke gevallen deze organisatievorm benodigd is en prioriteert, in samenspraak met het college, binnen de portfolio’s voor programma’s en projecten. Daarnaast prioriteert de directie binnen het portfolio voor bedrijfsvoering.

4.6 Gemeentesecretaris

De gemeentesecretaris is, als algemeen directeur van de gemeentelijke organisatie, de voorzitter van de directie. De gemeentesecretaris agendeert voorstellen voor het college en is de verbindende schakel tussen het college en de gemeentelijke organisatie, door:

  • het college te adviseren bij de voorliggende collegevoorstellen vanuit de gemeentelijke organisatie.
  • de besluiten/opdrachten van het college nader te duiden aan de directie en het management.
  • de Stuurgroep van het college en de directie voor te bereiden en voor te zitten.
  • de periodieke sessies met het college en de directie over de voortgang van het College Uitvoeringsprogramma en de cyclusdocumenten voor te bereiden.

De gemeentesecretaris is, samen met de burgemeester en de griffier, verantwoordelijk voor het goed functioneren van de bestuurlijke processen (leidend tot besluitvorming door college en/of gemeenteraad).

4.7 Domeindirecteur

De domeindirecteur is lid van de directie. De domeindirecteur is daarnaast verantwoordelijk voor het goed functioneren van het betreffende domein (zie in het kader van deze Besturingsfilosofie: bijlage 1). Voor de sturing binnen het domein heeft de domeindirecteur een managementteam (MT), bestaande uit de teammanagers van de teams binnen het domein. De domeindirecteur is voorzitter van dit domein-MT.

De domeindirecteur is eindverantwoordelijk voor de advisering vanuit het domein aan de betreffende portefeuillehouders en aan het college. De domeindirecteur maakt met de portefeuillehouders procesafspraken over betrokkenheid bij beleidsontwikkeling en -aanpassing en over ondersteuning bij de (regionale) bestuurlijke activiteiten.

4.8 Ambtelijk opdrachtgever

Voor programma’s en projecten wordt vanuit de directie een Ambtelijk Opdrachtgever (AOG) aangewezen. De AOG maakt onderdeel uit van de ‘sturingsdriehoek’ van het programma of het project, verder bestaande uit de Bestuurlijk Opdrachtgever en de Programma- of Projectmanager. De AOG geeft in de sturingsdriehoek, op basis van de in het college vastgestelde opdracht, vanuit directieperspectief verdere sturing op de realisatie van de doelstellingen.

4.9 Teammanager

De teammanager is lid van het domein-MT en medeverantwoordelijk voor het functioneren van betreffende domein. De teammanager is daarnaast verantwoordelijk voor het goed functioneren van het betreffende team. De teammanager wijst in een werkplanning medewerkers toe aan de verschillende werkzaamheden. De teammanager betrekt de portefeuillehouder periodiek bij de beeldvorming t.b.v. het beoordelen van het functioneren van het team.

4.10 Programma-/projectmanager

De programma- of projectmanager is verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstellingen in de opdracht. De programma- of projectmanager (PM) maakt onderdeel uit van de ‘sturingsdriehoek’ van het programma of het project, verder bestaande uit de Bestuurlijk Opdrachtgever en de Ambtelijk Opdrachtgever. De PM geeft, op basis van afstemming in de sturingsdriehoek sturing aan het projectteam.

4.11 Mandaat

Omwille van slagvaardige uitvoering is voor diverse werkzaamheden door het college mandaat verleend aan een manager of medewerker. Degene die het mandaat heeft gekregen, is zich ten alle tijden bewust dat deze in mandaat van de eindverantwoordelijke handelt. Dat betekent, dat de eindverantwoordelijke geïnformeerd wordt en blijft over de toepassing van het mandaat, periodiek waar het mandaat in algemene zin wordt ingezet, en direct in bijzondere gevallen. In buitengewone gevallen, bijvoorbeeld bij een politiek en/of maatschappelijk gevoelige situatie, is het raadzaam om het mandaat niet te gebruiken en het besluit door het bestuursorgaan zelf te laten nemen. Mandaat wordt verstrekt in het Mandaatbesluit.